Mindfulness bij de bipolaire stoornis (Balans)

Aanleiding

De bipolaire stoornis wordt gekenmerkt door een ernstig en chronisch beloop, waarbij patiënten last hebben van terugkerende depressieve, (hypo)manische en/of gemengde episoden, waarbij zij soms ook last kunnen hebben van psychotische kenmerken. Op dit moment is medicatie de meest voorkomende behandeling bij de bipolaire stoornis. Uit onderzoek blijkt dat medicatie effectief is, maar desondanks hebben nog altijd meer dan 60% van de patiënten last van terugkerende symptomen en episoden. Daarnaast blijkt dat veel patiënten liever geen medicatie slikken, mede doordat er vervelende bijwerkingen kunnen optreden. Er lijkt een behoefte te zijn aan aanvullende, psychologische behandelingen. Een van deze psychologische behandeling is op mindfulness gebaseerde cognitieve therapie (MBCT). Eerdere onderzoeken tonen veelbelovende resultaten van MBCT bij de bipolaire stoornis, waaronder verbeteringen van depressieve en angstklachten en een verbetering in het algeheel functioneren.

Doel

Het doel van het Balans-onderzoek is om te onderzoeken of MBCT een goede aanvulling is op het bestaande behandelaanbod. Hierbij zullen we onder andere kijken naar stemmingsklachten (depressie en manie), angstklachten, terugval en kwaliteit van leven. Ook onderzoeken we de kosteneffectiviteit.

Promotie Imke Hanssen

Op 8 juli 2022 verdedigde Imke Hanssen succesvol haar proefschrift getiteld: ‘In search of balance: Mindfulness-Based Cognitive Therapy for bipolar disorder’. Het volledige proefschrift vind je hier

Samenvatting resultaten proefschrift

MBCT is oorspronkelijk ontwikkeld voor mensen met een depressieve stoornis. Bij het ontwikkelen van MBCT voor de bipolaire stoornis, is het van belang om te onderzoeken of er verschillen zijn tussen deze twee populaties. In hoofdstuk 2 onderzochten wij of mensen met een bipolaire stoornis type I (n = 96) en II (n = 27) anders omgaan met positieve emoties dan mensen met een depressieve stoornis (n = 175). De resultaten laten zien dat dit inderdaad het geval is. Zo zien we dat mensen met een bipolaire stoornis meer positief rumineren (terugkerende gedachten over positieve ervaringen of gevoelens), en mensen met een depressieve stoornis meer dempen (het onderdrukken van positieve emoties). Tijdens MBCT kan het belangrijk zijn om mensen met een bipolaire stoornis te leren zich anders te verhouden tot positieve emoties, zodat zij zich hier niet teveel door laten meenemen.
In hoofdstuk 3 onderzochten we of er verschillen zijn in effectiviteit tussen mensen met een bipolaire (n = 30) en depressieve stoornis (n = 501) die MBCT volgden in de klinische praktijk. Vóór en na MBCT werden enkele zelfrapportage vragenlijsten afgenomen, waarmee depressieve klachten, zorgen maken over de toekomst, welzijn, mindfulness en zelfcompassie vaardigheden werden gemeten. Het uitvalpercentage was gelijk in beide groepen. Uit de resultaten bleek dat de mensen met de bipolaire stoornis net zoveel profijt hadden van MBCT als mensen met een depressieve stoornis. MBCT zou dus behulpzaam kunnen zijn bij de behandeling van de bipolaire stoornis. Er is echter meer onderzoek nodig voordat hier definitieve conclusies uit getrokken kunnen worden. Daarnaast onderstreept dit onderzoek het belang om naast positieve effecten ook te kijken naar negatieve effecten van MBCT, omdat er meer negatieve effecten leken te zijn bij de mensen met een bipolaire stoornis die stopte met MBCT (zoals ernstige depressieve klachten en suïcidaliteit).
Hoofdstuk 4 beschrijft het studie protocol van een prospectief, multicenter, gerandomiseerd onderzoek (randomized-controlled trial; RCT) waar MBCT+TAU werd vergeleken met TAU bij mensen met een bipolaire type I en II stoornis tot 15 maanden follow-up. Deelnemers werden driemaandelijks benaderd voor een interview en het invullen van vragenlijsten, waarbij onder anderen klachten van depressie, (hypo)manie, angst, terugval, functioneren en welzijn werden gemeten..   
Hoofdstuk 5 beschrijft de resultaten van de RCT. In totaal werden er 144 deelnemers gerandomiseerd, waarvan 72 naar MBCT+TAU en 72 naar TAU. De resultaten laten zien dat MBCT+TAU niet effectiever is dan TAU in het verminderen van depressieve klachten in alle deelnemers, maar dat het wel behulpzaam is voor deelnemers die voorafgaand aan het onderzoek meer depressieve klachten en problemen in het functioneren ervaarden. Op korte termijn laat de MBCT+TAU groep een verbetering in mindfulness vaardigheden zien ten opzichte van de TAU groep. Ook zijn er verschillen tussen de groepen in angst en welzijn gevonden. Op de andere uitkomstmaten werden geen verschillen tussen de groepen gevonden. Naast het meten van het effect van een interventie met kwantitatieve uitkomstmaten, is het ook belangrijk om kwalitatieve uitkomstmaten te onderzoeken, zoals de persoonlijke ervaringen van deelnemers met behulp van diepte-interviews.
In hoofdstuk 6 worden de resultaten van een kwalitatief onderzoek naar de haalbaarheid van MBCT bij mensen met een bipolaire stoornis beschreven. In totaal werden 16 deelnemers geselecteerd voor deelname aan een interview naar mogelijke belemmerende en bevorderende factoren die ze waren tegen gekomen tijdens het volgen van MBCT. Om deze groep deelnemers zo representatief mogelijk te maken, werden zij geselecteerd op type bipolaire stoornis (type I of II), leeftijd, geslacht en of ze MBCT voltooid hadden of niet. Daarnaast werden ook de mindfulness trainers geïnterviewd. Vier belangrijke thema’s kwamen uit de interviews naar voren, namelijk (1) de interventie, (2) psychosociale factoren, (3) persoonlijke karakteristieken en (4) de bipolaire stoornis. Deze thema’s werden verder onderverdeeld in sub-thema’s. Met betrekking tot het thema ‘bipolaire stoornis’ noemden de deelnemers een aantal belangrijke bevorderende en belemmerende factoren. Depressieve klachten en medicatiegebruik noemden zij als belemmerend bij het volgen van MBCT. Een stabiele stemming en (hypo)manische klachten werden zowel bevorderend als belemmerend bevonden. In het algemeen werd geconstateerd dat MBCT een haalbare interventie is bij de behandeling van een bipolaire stoornis.
In hoofdstuk 7 worden de resultaten van een kwalitatief onderzoek naar het proces van verandering van mensen met een bipolaire stoornis tijdens MBCT beschreven. Hierbij werd gebruik gemaakt van dezelfde methode als beschreven in hoofdstuk 6, alleen werd deze keer gevraagd naar het proces dat de deelnemers tijdens de MBCT hebben doorgemaakt. Drie thema’s kwamen naar voren: (1) bewustzijn van gedachten, emoties, lichamelijke sensaties en inzicht in hoe deze factoren verband met elkaar houden, (2) gedragsmatige veranderingen, en (3) positieve gevolgen. Deze thema’s werden verder onderverdeeld in sub-thema’s. Er werd onderscheid gemaakt naar meer algemene processen en processen die specifiek zijn voor mensen met een bipolaire stoornis. De resultaten bevestigen gevonden resultaten uit eerder onderzoek, waarbij we zien dat er een aantal neuropsychologische processen ten grondslag liggen aan het effect van MBCT bij mensen met een bipolaire stoornis, zoals een toename in bewustzijn en verbeterde emotieregulatie, de mogelijkheid om niet-adaptief gedrag te stoppen en te vervangen door adaptief gedrag en een afname in de hoeveelheid negatieve gedachten. Het is belangrijk dat verder onderzoek wordt gedaan naar andere mogelijke neuropsychologische processen die ten grondslag kunnen liggen aan MBCT bij mensen met een bipolaire stoornis.
In hoofdstuk 8 wordt een mixed-methods studie naar de prevalentie en het beloop van negatieve effecten van MBCT bij mensen met een bipolaire stoornis beschreven. Tijdens MBCT werden 72 deelnemers prospectief gevraagd om structureel een dagboek bij te houden naar eventuele negatieve effecten tijdens MBCT. In totaal rapporteerden 38% van deze deelnemers één of meerdere negatieve effecten. De ervaringen werden onderverdeeld in een aantal domeinen, welke in eerder onderzoek ook naar voren waren gekomen (Lindahl, Fisher, Cooper, Rosen, & Britton, 2017): (1) cognitief, (2) perceptueel, (3) affectief, (4) somatisch, (5) conatief, (6) zelf en (7) sociaal. Aansluitend werden deelnemers benaderd voor deelname aan diepte-interviews, waarin wij onderzochten welke factoren van invloed waren op het ontstaan en het beloop van deze negatieve effecten. Terugkijkend op de negatieve effecten, gaf meer dan de helft van de deelnemers aan dat zij de negatieve effecten eerder als therapeutisch dan als schadelijk hebben ervaren. Dit betekent echter ook dat een substantieel deel van de deelnemers de negatieve effecten alleen als negatief heeft ervaren. 

 

Organisatie/onderzoekers

Dit onderzoek werd uitgevoerd door Imke Hanssen (psycholoog en junior onderzoeker), Marloes Huijbers (psycholoog en post-doc onderzoeker) en Anne Speckens (hoogleraar psychiatrie). Daarnaast zijn verschillende externe instellingen bij het onderzoek betrokken, waaronder Altrecht, Dimence, ProPersona (locaties Nijmegen en Arnhem), PsyQ (locaties Rotterdam, Den Haag en Maastricht), en Lentis.

Meer informatie

Voor meer informatie kan contact worden opgenomen met Imke Hanssen:
E: Imke.Hanssen@radboudumc.nl
T: 024 – 361 46 08


Om optimaal gebruik te maken van deze website, dient u gebruik te maken van Google Chrome.